Informatie over het boek en de tentoonstelling:
Bij de Stichting Tussen Vecht en Eem verschijnt op 7 september a.s. het boek
Gevraagd en gebleven,
gastarbeiders tussen Vecht en Eem 1960-1980. Deze publicatie is samengesteld door antropologe-journaliste
Sofie Coronel en historicus Hans Mous. De basis vormen de levensverhalen die 14 gastarbeiders
hebben willen vertellen.
Onder dezelfde titel is ook de tentoonstelling samengesteld. Aan de hand van foto´s, citaten en
documenten komen thema´s aan de orde als werken, wonen, religie en recreatie.
In 1960 kwamen de eerste gastarbeiders naar onze regio, met name in Weesp en Huizen. Tot 1975
groeide dit aantal met ongeveer 3000 personen. Zo vestigden zij zich ook in Baarn, Bussum,
Hilversum, Naarden en Soest.
Het waren bijna allemaal mannen die hier voor korte tijd geld kwamen verdienen. Vanaf 1980 werd
het woord gastarbeider niet meer gebruikt: vele vroegere gastarbeiders bleven hier, velen lieten
vrouw en kinderen overkomen.
Deze tentoonstelling gaat over de periode 1960 tot 1980 en laat zien hoe de buitenlandse werknemers
hier hun weg vonden en uiteindelijk gewoon inwoners van het Gooi of de Vecht- en Eemstreek zijn geworden:
zij zijn gevraagd om hier te werken, en zijn gaandeweg gebleven als bewoners.
De eerste buitenlandse werknemers in genoemde periode waren Italianen en Spanjaarden.
Nederlandse bedrijven haalden hen hierheen. De meesten keerden weer terug naar hun geboorteland.
Latere groepen van vooral Turken en Marokkanen kwamen meestal op eigen gelegenheid naar onze omgeving,
op zoek naar werk. De bedrijven in deze regio namen ze graag aan. Zij waren bereid het werk te doen
waarvoor geen Nederlandse arbeiders gevonden konden worden. Na 1968 mocht je zonder arbeidsvergunning
hier niet meer werken. De meeste buitenlandse arbeiders kregen die en konden hier hun geld blijven verdienen
omdat bedrijven hen nodig hadden.
In de tentoonstelling wordt op verschillende thema´s ingegaan zoals op de soms erbarmelijke woonomstandigheden,
met name in de overvolle pensions vooral in Hilversum, Weesp en Soest. Aanvankelijk moesten de bedrijven
zelf voor de huisvesting van de buitenlandse werknemers zorgen. Later zorgden zij zelf voor een slaapplek en
zo ontstonden ´arbeiderspakhuizen´ met veel bedden, slechte voorzieningen en zeer brandgevaarlijk.
Over veel vrije tijd beschikten de gastarbeiders niet. Door een tweede baan en het werken in ploegendiensten
was een regelmatige en recreatieve invulling van de weinige vrije tijd vrijwel onmogelijk. De Spanjaarden
en Italianen waren Rooms Katholiek. Zij konden hun godsdienstige gebruiken hier voorzetten.
Anders was het bij de Turken en Marokkanen. Voor hen moesten nieuwe gebedsruimten komen. Sommige
bedrijven waren daar behulpzaam bij. In de loop van de tijd nam het aantal voorzieningen voor hen toe.
Ook de specifieke zorg en ondersteuning voor de buitenlanders groeiden. Pas rond 1980 ontstond het besef
dat in veel gevallen niet meer van een terugkeer sprake was. Gezinnen die hier waren komen wonen werden
bewoners in het Gooi, Vecht- en Eemstreek.
Het boek bestaat uit 136 pagina's, in full colour gedrukt, 16x23 cm groot, genaaid en gebrocheerd.
Het boek is verkrijgbaar bij de penningmeester van Tussen Vecht en Eem te Bussum door
overmaking van € 14,- en € 12,- voor donateurs van TVE op rekeningnummer 3892084 en bij de
plaatselijke boekhandel.