Nr. 3, september 2007.
Themanummer: De geschiedenis en landschap van Loosdrecht. Thema
naar aanleiding van het 35-jarig bestaan van de Historische Kring
Loosdrecht. 128 pagina's, rijk geïllustreerd.
Als Comenius in Ilpendam was begraven, dan had ik nu geen
probleem
Als Comenius in Ilpendam was begraven, dan had ik nu geen
probleem, is de gevleugelde uitspraak van een vroegere Naardense
burgemeester. Wat hebben de vestingstad en de Moravische balling
eigenlijk met elkaar te maken? Hoe heeft die relatie zich in de loop van
de tijd ontwikkeld? Daarover gaat dit nummer van Tussen Vecht & Eem
(TVE), het tijdschrift voor regionale geschiedenis in het Gooi en
ommelanden. TVE heeft al eerder aandacht aan dit onderwerp
besteed, maar toch is het blad er met steun van twee gerenomeerde
gastredacteuren, de hoogleraren Jacques Carpay en Bruno Naarden, weer in
geslaagd een aantal interessante gegevens boven het vestingwater te
halen. Zo laat stadsarchivaris Anne Medema gedetaileerd zien, dat het
initiatief voor de relatie van de Tsjechoslowaken is uitgegaan en niet
van Naarden. Het citaat van de burgemeester spreekt
boekdelen.. Die Tsjechen en Slowaken zijn in de loop van de tijd
in groten getale naar Naarden gekomen. In het artikel Naarden als
pelgrimsoord worden herinneringen van Naarders opgehaald aan de
bezoekers die vooral vlak na de val van het IJzeren Gordijn naar Naarden
kwamen, in gammele bussen en arm als de kraaien. Aangrijpend was het
bezoek van Alexander Dubcek, de man van de Praagse lente, in 1990. Hij
zette als eerste weer zijn handtekening in het gastenboek, dat in 1968
door de stadhuisbode Paul Vuijst was weggenomen omdat de Tsjechische
geheime dienst teveel belangstelling had voor wat er zoal aan kritiek in
werd geschreven.
Twee historische ereburgers van Naarden
Ook over de betekenis van Comenius zelf wordt geschreven. Jacques Carpay
vraagt zich af, of en wanneer Comenius tot onze cultuurhistorische canon
gaat behoren. Bruno Naarden voert in zijn artikel Comenius, Nicolaas
Witsen en de babylonische spraakverwarring twee historische
ereburgers van Naarden ten tonele die een gedenkteken in de stad hebben
gekregen: Comenius als de geleerde Moravier die toevallig in Naarden werd
begraven en Witsen als de man die de stad van fortificatiën heeft
doen voorsien. Beiden waren intensief betrokken bij het amusante
zeventiende eeuwse debat over taal. Hoogst actueel is de column van neerlandicus en
cabaretier Frans Muthert over de stand van het Gooise onderwijs Jan
Amos draait zich vast en zeker om in z'n mausoleum. Dat geldt in
zekere zin ook voor de bijdrage van Prof. Ton Notten over Jan Amos
Komensky - of het belang van stripboeken voor de
opvoeding. Ver verwijderd van Naarden, maar belangrijk om
Comenius' leven en werk te kunnen plaatsen en goed passend in een blad
voor regionale geschiedenis is het grondige artikel van Dr Petr Zemek van
het Comenius Museum in Uhersky Brod over de bewogen geschiedenis van
Moravië, Comenius' geboortestreek. Een lovende recensie van het boek
De Vestinglezer van boekhandel Comenius sluit het themanummer
af.
Verkrijgbaar bij TVE (zie bestelprocedure
van TVE).
Prijs: Eur 4,75 excl. verzendkosten, Eur 6,65 incl. verzenden binnen
Nederland.
Nr 3, September 2007
Themanummer: De geschiedenis en landschap van Loosdrecht. 128
pagina's. Zie voor de inhoud: Jrg
25, nr. 3, september 2007.
Loosdrecht in het zonnetje gezet door TVE
Het tijdschrift voor regionale geschiedenis Tussen Vecht & Eem
(TVE) heeft een themanummer gewijd aan geschiedenis en landschap van
Loosdrecht. Het nummer omvat 128 rijk geïllustreerde pagina's en
wordt geopend met een voorwoord van mr. Don Bijl, de burgemeester van
Wijdemeren, die kort de contouren schetst van het Loosdrecht van vroeger,
nu en de toekomst. Ook de vele interessante artikelen gaan nader in op
verleden en heden van Loosdrecht.
Het landschap komt uitvoerig aan de orde in bijdragen als De Ster bij
Loosdrecht: een waaiervormig natuurpalet van Dick Jonkers en Het
verdwijnende boerenbedrijf in Loosdrecht tussen 1945 en 2007 van de
landbouwhistoricus Mathijs Witte. Hierbij past ook het artikel van
Juliette Jonker over de intrigerende naam van het pad, dat aan de
Loosdrechtse kant Dirk A. Lambertszkade heet en aan de kant van Loenen
waar Juliette Jonker zelf woont Alambertskade.
Watersport en porselein
Loosdrecht is op zijn minst beroemd om twee dingen: de watersport en het
porselein. John Mol, een van de actieve leden van de Historische Kring,
schrijft over de geschiedenis van de zeilschepen die op de Loosdrechtse
plassen gevaren hebben en in de loop van de tijd verdwenen zijn.
Daarnaast wijdt hij een artikel aan een nog veel ouder soort scheepvaart:
de beurtvaart en de beurtschippers die bijgedragen hebben aan
Loosdrechts welvaart.
Het Loosdrechts porselein wordt bejubeld in de bijdrage Tussen
armenzorg en hoogwaardige nijverheid - De glans van het Loosdrechts
porselein, waarin ook uitvoerig aandacht besteed wordt aan de
speurtocht van de Loosdrechtse Historische Kring naar de verdwenen
fabriek van Ds. de Mol en aan het prachtige boek van de kring daarover.
Loosdrecht nog niet van de kaart
Belangrijke aspecten uit de vroegere geschiedenis van Loosdrecht worden
ook uitvoerig belicht. Bas de Ligt schrijft over Loosdrecht in de tijd
van de Reformatie en over de geschiedenis van de Loosdrechtse
Ambachtsheren, terwijl Ferry Brand de oude historische wegen
behandelt onder de speelse titel Loosdrecht nog niet van de
kaart.
Nog andere interessante onderwerpen komen aan de orde zoals de
geschiedenis van de Loosdrechtse tollen door Jeannette van der Meulen,
kasteel Sypesteyn als huismuseum en het Loosdrechts genealogisch
onderzoek.
Op de omslag abusiefelijk aangeduid als april 2007, 48 pagina's. Zie
voor de inhoud: Jrg 25, nr. 2, mei
2007.
Ongewone verhalen
Ditmaal weer een 'gewoon' nummer, maar wel met ongewone verhalen.
We openen met het artikel van Eddie de Paepe over de geschiedenis van de
Gooise gastarbeid van na de oorlog. Voor de naoorlogse
migratiegeschiedenis is het 'de hoogste tijd'. Belangrijk is het
vastleggen van de ervaringen van de 'gastarbeiders' zelf, maar de eerste
generatie is al zeer op leeftijd. Ook archiefonderzoek is trouwens nodig.
Een eerste kennisname van wat er in Hilversum beschikbaar is, levert een
geschiedenis op die allesbehalve vrolijk stemt.
Mooi speurwerk is te vinden in het relaas van Arie Manten over de
verdwenen ridderhofstede Rietveld aan de Vecht bij Breukelen. In 1987
kreeg hij een encyclopedisch werk uit 1725 in handen waarin deze
ridderhofstede vermeld werd, terwijl niemand meer enige notie had van het
bestaan ervan. Manten ging aan het snuffelen en achterhaalde uiteindelijk
de plaats waar het kasteel gelegen moest hebben en de familie die het
heeft gebouwd.
Heel actueel is het artikel Landschap op de schop over de enorme
veranderingen die zich voltrokken hebben in het het Gooi en het
randgebied rond Baarn. Tot voor kort bepaalden de boeren hoe het
landschap er uitzag. Nu is hun aantal enorm gedaald, veel land komt vrij
en nieuwe functies doen hun intrede. Moet er zomaar aangerommeld worden
of heeft de overheid een ordenende taak? Onze landbouwredacteur Mathijs
Witte doet uitvoerig verslag van geschiedenis en actualiteit.
Nog meer landschap in dit nummer. Ruud Gortzak schildert een portret van
het jubilerende Goois Natuurreservaat en Jan Vollers schrijft een column
over de dreigende ondergang van de Blaricummermeent.
Verder in dit nummer een artikel over twee eeuwen armenzorg in Weesp op
basis van de uitputtende archiefstudie van Aukje Zondergeld-Hamer, door
wie het zwijgen over de armen tussen Vecht en Eem eindelijk eens
doorbroken werd.
H.M.
Verkrijgbaar bij TVE (zie bestelprocedure
van TVE)
Prijs: Eur 4,00 excl. verzendkosten, Eur 5,90 incl. verzending binnen
Nederland.
Weer een dikker nummer dan gebruikelijk. Er komt zoveel interessante
kopij bij de redactie binnen, dat het bestuur het aantal pagina's ook
deze keer flink uitbreidde. Als nu het aantal donateurs van TVE ook nog
toeneemt, zijn we helemaal tevreden.
Oud-redacteur Piet Leupen schrijft een pittige column over de onzinnige
naam van de gefuseerde ziekenhuizen Hilversum en Gooi Noord. Het nummer
opent met een geïllustreerde beschouwing over de volière van
de achttiende-eeuwse buitenplaats De Hooge Vuursche ; in die tijd
nog een nieuwigheid maar met diepe wortels in het klassieke verleden.
Het tweede artikel voert ons terug naar Gijsbrecht van Aemstel, wiens
familie zeer machtig was in onze streken maar door de moord op Floris V
ten gronde ging. Met oorlogen hebben ook de volgende bijdragen van doen:
Karl Blokland en Rienk Groot schrijven over de Nieuwe Hollandse
Waterlinie en de voorwaarden voor een bloeiend behoud ervan en Carlos
Scheltema over de geschiedenis en restauratie van fort Uitermeer
bij Weesp.
Veel verder terug in de geschiedenis van het Gooi dan Gijsbrecht en de
Waterlinie gaat het geologisch verhaal van prof. Boekschoten over Gooise
stenen en de mensen die er heel laat in de geschiedenis echt
belangstelling voor kregen. Ook ver terug ligt de oorsprong van de Polder
Dorssewaard, waarvan bodem en landschap zijn ontstaan gedurende het
Holoceen, het laatste geologische tijdvak dat tot aan het heden
doorloopt.
Tot slot brengen we de rubriek Lieu de memoire, die jarenlang ons
tijdschrift sierde, weer tot leven met het verhaal van de Juliana- en
Bernardbomen in Eemnes. Het Jaarverslag 2006 sluit deze TVE af.
H.M.
Verkrijgbaar bij TVE (zie bestelprocedure
van TVE).
Prijs: Eur 4,75 excl. verzendkosten, Eur 6.65 incl. verzenden binnen
Nederland.