
In dit nummer van TVE wisselen kerkgeschiedenis, sociale geografie, krijgsgeschiedenis en archeologie elkaar af.
Frits Booy, kenner van Sinterklaas, schrijft over de zeven Sint-Nicolaaskerken in vier plaatsen
in ons gebied, zowel de middeleeuwse als die van latere tijd. In het Lieu de memoire toont hij aan, dat de bisschop
in het wapen van Baarn Sint Nicolaas is.
Henk Schmal verdiept zich in de relatie tussen Amsterdammers en het Gooi.
Tot groot ongenoegen van het stadsbestuur trokken veel welgestelde lieden weg uit Amsterdam;
het stadsbestuur zon op maatregelen om hen zoveel mogelijk in de stad te houden.
Wie Muiden bezoekt, zal vast wel eens nieuwsgierig gekeken hebben naar het zogeheten
Muizenfort.
Guus Kroon onthult de militaire achtergronden van het fort en beschrijft de contemporaine
geschiedenis ervan: van jongerenwerk tot museum.
En dan de Neanderthalers. Een geoloog, een fysisch geograaf en een archeoloog gaan in een
lang en pittig artikel in op de paleogeografische
ontwikkeling tussen Vecht en Eem en de vroegste ‘bewoningsdynamiek’.
Daarnaast zijn er nog enkele kleinere bijdragen. Piet Leupen schrijft een In memoriam van
de onlangs overleden karakteristieke oudvoorzitter van TVE, mr. Frits Le Coultre. Joris Cammelbeeck doet enthousiast
verslag van de geslaagde Open Dag in Huizen. Dan recenseren we twee geslaagde lokale canons, het boek Gevraagd
en gebleven over gastarbeiders tussen Vecht en Eem, een boek over de Eemvallei en het boek Oud Huizen in beeld II.
En tot slot sluit de Agenda zoals gebruikelijk dit nummer af.
Het decembernummer van TVE verkrijgbaar bij de betere boekhandel of te bestellen bij TVE (zie bestelprocedure van TVE). Prijs: € 4,75 excl. verzendkosten (incl. verzendkosten TVE binnen Nederland € 6,75)

Dit nummer van Tussen Vecht en Eem (TVE) is het derde dat gewijd is aan de geschiedenis van Huizen. De eerste Huizen-special verscheen in juni 1979, de tweede in mei 1995. Het werd dus wel weer eens tijd voor een vervolg. Dank zij een gulle gift van de Stichting Energiebesparing Huizen kunnen we dit nummer in een extra dikke omvang en full colour uitbrengen. En mede dank zij de vier Huizer gastredacteuren waren we ook in staat om interessante nieuwe thema’s aan te snijden.
Twee vragen
Toen we alle geplande artikelen binnen hadden, stelden wij ons als redactie een tweetal vragen. Ten eerste zijn
wij uiteraard heel nieuwsgierig naar het oordeel van de lezers, naast de trouwe vaste abonnees van ons blad,
vooral van de Huizers die dit themanummer in de losse verkoop hebben aangeschaft. De tweede vraag luidt: wat
draagt dit nummer bij aan de geschiedschrijving van Huizen, welke ‘leemtes’ hebben we opgevuld, voor welke
nieuwe aspecten van de geschiedenis hebben we aandacht gevraagd?
Voor een mogelijk antwoord op de laatste vraag heb ik eerst gekeken naar de inhoud van de eerste twee Huizen-nummers
van TVE en naar de circa tweeënvijftig andere artikelen over Huizen die er vóór 2011 in TVE zijn verschenen.
In de vroegere themanummers vallen mij een paar dingen op. Allereerst waren de artikelen toen stukken korter
dan we tegenwoordig in TVE gewend zijn. In 1979 lag de nadruk, naast een overzichtsartikel over de geschiedenis
van Huizen, op heel specifieke evenementen, zoals Huizen contra Hooft en Een criminele zaak uit het begin van
de 18e eeuw rond Huizer paardendieven. Met baljuw Hooft lagen de Huizers overhoop over de jachtopzieners in de
Warande Rijsbergen die de Huizers afhielden van hun gebruikelijke stroperij. In de tijd dat het themanummer van 1995
verscheen, was TVE een gezamenlijke uitgave van de Stichting Tussen Vecht en Eem en De Vrienden van het
Gooi, wat veel ecologisch getinte artikelen met zich meebracht. In beide nummers komen artikelen voor over bewogen
tijden voor de Huizer vissers en bijdragen over de geschiedenis van de Oude Kerk.
Nieuwe inzichten
Als ik het goed zie, hebben we in dit nieuwe nummer op twee manieren bijgedragen aan nieuwe
inzichten in de Huizer geschiedenis: aan de ene kant door nieuw licht te werpen op de oude geschiedenis en aan de andere
kant door belangrijke thema’s uit het nabije verleden aan te snijden.
Algemeen wordt gedacht, dat Huizen van de ene dag op de andere massaal van katholiek protestants is geworden. Nog in de
conceptversie van een van de artikelen in dit nummer werd deze mening geventileerd. Maar Ruud Hehenkamp heeft in zijn bijdragen
over de Reformatie in Huizen in dit nummer en in het eerste deel van zijn verkenning in TVE 2010/4 laten zien, hoe lang het
geduurd heeft voor het protestantisme hier werkelijk wortel heeft geschoten. Anton Kos, die twee jaar terug promoveerde op
de erfgooiers, analyseert de Huizer landbouw in de 16e eeuw, die veel werk met zich meebracht, maar weinig profijt.
Tot de historische kenmerken van Huizen hoort ook het heel eigen dialect. TVE publiceerde daar al eerder enkele artikeltjes over,
een van M. Franken over de Huizer dialectwerkgroep (1974) en een van dr. De Vrankrijker over de Huizer spraak (!978), maar nu – in
een tijd dat nog maar weinigen het Huizer dialect echt beheersen – schrijft de dialectoloog dr. Jan Berns (oud-medewerker van het
Meertens Instituut) daar een fundamenteel artikel over.
De artikelen in dit nummer van Anton Kos en Ruud Hehenkamp betreffen de oude geschiedenis van Huizen op godsdienstig en
economisch gebied. Daarnaast besteden we vooral heel veel aandacht aan recente sociale en culturele ontwikkelingen.
Hoe Huizen de afgelopen zestig, zeventig jaar is veranderd, valt mooi te lezen in het verhaal over de fietstocht die Bep De Boer
uit Laren met zijn kleinzoon maakte door het dorp van zijn jeugd. Maar Beps geboortedorp was al niet meer het heel oude Huizen
uit de tijd van de Tiende Penning en de Reformatie. Nel Hoogmoed beschrijft de uitbreiding van het dorp vanaf begin 20e eeuw en
in het bijzonder de Wolfskamerbuurt sinds 1926. Zij kijkt ook nog vooruit. Haar verhaal eindigt met de wens van de bewoners om
dit ‘monument van de volkshuisvesting’ de status van beschermd dorpsgezicht te geven.
Een veranderend Huizen
Al duurde het lang voor Huizen een protestants dorp werd tussen de andere overwegend katholieke
plaatsen in het Gooi, na 1945 kwamen er toch langzaamaan ook heel andere mensen in het dorp wonen, met een heel andere religieuze
achtergrond. Jan Vollers schrijft over de, hoofdzakelijk protestantse, Molukkers in Huizen (1951-1972) en Hans Mous over de
gastarbeiders (1960-1980), eerst katholieke Italianen en later islamitische Turken en Marokkanen. Hoe een ‘allochtone’ Huizer van
Hollandse afkomt het wonen in Huizen beleefde, staat mooi beschreven in Treurberk, de column van Cherry Duyns en wie ondanks alle
import een ‘echte’ Huizer is gebleven, kunnen we lezen in de column van de autochtone Huizer met een klassiek Huizer naam: Anton Kos.
Al woon ik op de Huizerstraatweg in Naarden dicht bij het buurdorp Huizen, toch heb ik nooit zo gedacht, dat daar ook een
bloeiend cultureel leven te vinden is. Ten onrechte. Ruud Hehenkamp schildert een mooi portret van de muziekvereniging Prinses
Irene. In twee bijdragen komen kunstenaars aan de orde die in Huizen woonden. Frits Booy schetst het leven van de schrijfster
An Rutgers van der Loeff-Basenau, die het huis Pax eerst als zomerhuis en later als vaste woning gebruikte, waarbij hij
rijkelijk citeert uit haar Huizer dagboek Mijn tuin – klein erfgoed. De schilderes en dichteres Fanny Kiezenberg wordt
geportretteerd door Elganan Jelsma, directeur van het Huizer Museum.
De economische geschiedenis is vertegenwoordigd met twee bijdragen van Jaap Groeneveld. Op basis van zijn uitgebreide studie
naar de rol van de Philipsbedrijven in de regio schetst hij in dit nummer welke rol Philips in Huizen heeft gespeeld en de
schamele resten die er nog maar van de desbetreffende bedrijven over zijn. In het Lieu de Memoire over het PHOHI-monument wordt
de herinnering opgehaald aan een befaamde zendinstallatie.
Tot slot hebben we nog enkele korte maar belangrijke bijdragen opgenomen: een Lieu de memoire over de Huizer
herdenkingsmonumenten, een schets van de nieuwe expositie in het Huizer Museum, een tweetal boekbesprekingen en een overzicht
van de Huizer archieven in het Stads- en Streekarchief Naarden. Bijzonder is de reeks gevelstenen die er in Huizen te vinden
zijn en waarvan we een aantal afbeeldingen hebben opgenomen in het hart van dit nummer.
Het septembernummer van TVE verkrijgbaar bij de betere boekhandel of te bestellen bij TVE
(zie bestelprocedure van TVE)
Prijs: € 9 excl. verzendkosten (incl. verzendkosten TVE binnen Nederland € 11,50 )

Nu eens geen overvloed aan religiegeschiedenis, maar allerlei andere aspecten van de regionale
geschiedbeoefening.
We openen met sociale geschiedenis. Ruud Gortzak schrijft over het Meenthuis, het vakantiehuis
van de AJC, de sociaal-democratische Arbeiders Jeugd Centrale, dat in 1928 tegen de zin van de
Blaricumse notabelen werd gebouwd aan de grens van Blaricum met Huizen. In 1928 startte ook een andere
instelling van de sociaal-democratie, het sanatorium Zonnestraal van de Diamantbewerkersbond.
Joris Cammelbeeck bericht over de geschiedenis en restauratie van dit befaamde monument.
Tot de socio-culturele geschiedenis hoort het verhaal van Ineke de Ronde over de Gooische Courant,
die in 1880 ruim twintig jaar vóór de start van de Gooi en Eemlander werd uitgegeven en
in 1856 weer ophield te bestaan. Ook de sociaal-economische geschiedenis krijgt aandacht: Antoinetty van den Brink
bericht over het werk van de Historische Kring Laren rond 250 jaar Larense textielnijverheid.
De politieke geschiedenis is vertegenwoordigd met twee interessante artikelen. Wilfried Uitterhoeve beschrijft
het bezoek, dat Napoleon 200 jaar geleden, in 1811, bracht aan Muiden en Naarden. Henk Schaftenaar, van het
Naardens Historisch Tijdschrift De Omroeper, behandelt hoogoplopende conflicten tussen de jonkheren
van Reede en de stad Naarden.
Het nummer wordt afgesloten met kunstgeschiedenis. Wim de Kan en Frans Stokhof schrijven over de schilder
Abram Stokhof de Jong, aan wie de Historische Verening Soest een tentoonstelling wijdt in
Museum Oud Soest.
Het meinummer van TVE verkrijgbaar bij de betere boekhandel of te bestellen bij TVE
(zie bestelprocedure van TVE)
Prijs: € 4,75 excl. verzendkosten (incl. verzendkosten TVE binnen Nederland € 6,75)

In dit nummer maken wij onze naam Tussen Vecht en Eem meer dan waar.
Uit de uiterste hoek van ‘onze’ Vechtstreek worden de vele grenswijzigingen besproken die Loenen,
Loenersloot, Nigtevecht en Vreeland vanaf 1795 tot heden hebben ondergaan. Sinds dit jaar maken
zij onderdeel uit van de nieuwe gemeente Stichtse Vecht. Dan is er nóg een artikel uit de
vechtstreek. Eind 2010 nam Ida Kemperman afscheid als archivaris van Weesp. Voor veel
historische onderzoekers was zij een onvermoeibare steunpilaar, ook voor auteurs in TVE;
vandaar een interview met haar.
De andere kant van ons gebied, Eemland, is in dit nummer vertegenwoordigd met een artikel over
Soest in de 17e en 18e eeuw. Je zou het nu niet zeggen, maar Soest was in die tijd een dorp van
boeren en dan hoofdzakelijk van ‘paepsche’ boeren.
Het middenstuk, ’t Gooi, krijgt aandacht middels een artikel van Piet Leupen over de erfgooiers
en hun middeleeuwse toestanden, naar aanleiding van het proefschrift van Anton Kos
Van meenten tot marken (1280-1568). En tenslotte is er een bijdrage over de
middeleeuwse kerkstichtingen in heel het gebied tussen Vecht en Eem.
Afscheid & welkom.
In dit nummer nemen we ook afscheid van Hans van Gelder en Joop Smids, die samen
vanaf begin 2004 tot eind 2010 ons tijdschrift als vrijwilligers maar wel heel
professioneel hebben opgemaakt. Met hen zijn we blij, dat we in Olf Henselmans een
deskundige en even enthousiaste opvolger hebben gevonden.
Vanaf dit nummer gaat hij TVE opmaken.
Het maartnummer van TVE verkrijgbaar bij de betere boekhandel of te bestellen bij TVE
(zie bestelprocedure van TVE)
Prijs: € 4,75 excl. verzendkosten (incl. verzendkosten TVE binnen Nederland € 6,75)
(Pagina laatst gewijzigd op 1 december 2011)
Henk Michielse, redactie TVE.