Naast het viermaandelijks tijdschrift Tussen Vecht en Eem, geeft TVE ook onregelmatig een TVE Cahier uit. Het beoogt op thematische basis verschillende onderwerpen met betrekking tot regionale geschiedenis te behandelen. Hiermee is een begin gemaakt met TVE Cahier 1 in 2004 onder de titel Lokale geschiedenis tussen lering & vermaak.
Volgende publicaties in deze reeks zullen tijdig worden aangekondigd. Elke publicatie heeft een eigen redactie, die los staat van die van het tijdschrift.

Zie ook Recensies
Aan het einde van het symposium te Baarn op 15 mei 2004 verscheen onder dezelfde titel TVE Cahier 1, Lokale geschiedenis tussen lering & vermaak (160 pagina's), uitgegeven door Verloren-Hilversum.
In de bundel gaan bekende historici en schrijvers uit de wereld van de lokale geschiedenis in op de vraag, wat je, naast het plezier dat je er aan beleeft, nog meer kunt leren van de beoefening van lokale geschiedenis en genealogie, zoals meer historisch besef, kennis van de historische context en maatschappelijke betrokkenheid. Gedegen artikelen worden afgewisseld met pittige columns van Karel Loeff, Maud Arkesteijn en Johan Frieswijk en interessante stukjes van Eddie de Paepe over historisch betrokken schoolmeesters.
Inhoud van de bundel:
Personalia auteurs
Tijdschrift 'Museumvisie' 2005/2
Annemarie Vels Heijn schreef:
De initiatiefnemers en financiers (...) hadden hun geld niet beter kunnen besteden.
Vrijwel onopgemerkt verscheen verleden jaar mei de bundel Lokale geschiedenis tussen lering & vermaak, bij het symposium met dezelfde titel. De bundel verdient beter. Want, hoewel bescheiden van omvang en - helaas - uitvoering, hij bevat een schat aan informatie waarmee ook historische musea hun voordeel kunnen doen. Niet het minst dankzij zeer toegankelijke stukken van twee kampioenen op het gebied van lokale geschiedenis, Gerrit Schutte, hoogleraar geschiedenis aan de VU, die ooit baanbrekend werk deed met de geschiedschrijving van Graft, en Kees Ribbens van de Erasmus Universiteit. Ribbens promoveerde in 2001 op een proefschrift over alledaagse histrosiche cultuur in Nederland.
De auteurs beschrijven aantrekkelijk hoe en waarom lokale geschiedenis leidt tot lering en vermaak. Ze ondersteunen hun betoog met een aantal praktijkvoorbeelden, een verhaal over verhalenprojekten in stadswijken (de 'naratieve stad'). Verder vinden we een bijdrage over boedelbeschrijvingen door Hester Dibbits (P.J. Meertens Instituut) die hiervan haar specialisatie maakte. Juist door de onpretentieuze is de bundel laagdrempelig en de informatie makkelijk toepasbaar. De initiatiefnemers en financiers, de Stichting tussen Vecht en Eem (opgericht 1970) en de Stichting voor Volkshogeschoolwerk, hadden hun geld niet beter kunnen besteden.
Tijdschrift 'Volkshogeschoolwerk'
Dr. R. Hajer, oud-hoofddocent aan de Radboud-Universiteit Nijmegen en
enthousiast deelnemer aan het symposium van TVE in mei 2004, schreef:
"een bundel (...), die alle stoffigheid mist en een uiterst levend en boeiend beeld geeft van de opvattingen en de gevarieerde praktijken van de lokale geschiedbeoefening"
Bij het begin van de Week van de geschiedenis met het thema 'Vergroot je historisch besef' stelde Van der Weiden, directeur van het met het Nationaal Archief verbonden historische nieuwscentrum Anno: 'In een veranderende samenleving zijn we op zoek naar onze wortels. Het willen verklaren en duiden van je eigen positie is een latente behoefte bij iedereen'. En Van Deursen, emeritus hoogleraar van de VrijeUniversiteit voegt daaraan toe: 'Historisch besef is geen kwestie van nut. Voor mij is het een kwestie van christelijke naastenliefde, die sluit ook gestorvenen in.' ( NRC 30.10.2004).
Musealisering?
Geschiedenis is in en lokale en regionale historie in het bijzonder. In een tijd van enerzijds globalisering en europeanisering en anderzijds ontzuiling, secularisatie en individualisering is er kennelijk een grote behoefte aan het zoeken en verdiepen van een eigen 'nabije' identiteit. Dat sluit ook aan bij de Nederlandse traditie waarin, volgens de typering van Piet de Rooy in zijn boeiende 'Republiek van rivaliteiten' (Amsterdam 2002), 'niet de eenheid, maar de delen 'centraal stonden': vanouds de stad of streek, later lange tijd de zuilen. De nationale idee bleef tot op vandaag maar een beperkte, van inhoud en functie wisselende, vrij moeizame en soms geforceerde constructie.
Maar zijn vele van deze op lokale en regionale historie gerichte activiteiten en publicaties niet eenzijdig nostalgisch van aard (denk aan Geert Maks 'Jorwerd' ), neigend naar 'musealisering', vol angst voor vervreemding en weerzin tegen modernisering en op zoek naar en soms hunkerend naar overzichtelijke 'organische samenlevingsverbanden' die niet meer bestaan? Zoals er eertijds ook onder de volkshogeschool-pioniers waren die de moderne stad wilden doen genezen door de 'gezonde' krachten van een geromantiseerd platteland, op zoek naar het 'oer in de boer'? Of anders geformuleerd: zijn al die activiteiten eigenlijk wel 'educatief' en 'vormend' in de zin dat ze meer historisch inzicht ontwikkelen, meer kennis en begrip voor de ontwikkelingen in cultuur en samenleving van de eigen tijd, de eigen plaats daarin en kritische maatschappelijke betrokkenheid en handelen bevorderen?
Levend beeld
Dit soort vragen waren een jaar geleden de aanleiding voor de actieve regionale historische Stichting Tussen Vecht en Eem om samen met de Stichting voor volkshogeschoolwerk een publicatie voor te bereiden over het thema 'Lokale geschiedenis tussen lering en vermaak'. Onder de enthousiasmerende en deskundige leiding van Henk Michielse is in betrekkelijk korte tijd een bundel tot stand gekomen, die alle stoffigheid mist en een uiterst levend en boeiend beeld geeft van de opvattingen en de gevarieerde praktijken van de lokale geschiedbeoefening. Op 15 mei jongstleden werd deze bundel op het terrein van de vroegere volkshogeschool Drakenburgh in Baarn tijdens een drukbezocht symposium gepresenteerd.
In een met vele historische voorbeelden uit de eigen wetenschappelijke praktijk geillustreerde openingsrede, tevens de eerste tekst van de bundel, bepleitte Gerrit Schutte, hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit, een vergelijkende en relativerende beoefening van de lokale geschiedenis. Zo zou verzanding in nostalgie en musealisering worden voorkomen. Hij onderstreept dat cultureel erfgoed dynamisch is, gebaseerd op persoonlijke en gezamenlijke keuzes. Lokale geschiedenis leert ook hoe plaatselijk de nationale hoogtepunten en ontwikkelingen geheel verschillend beleefd kunnen worden. Zij maakt 'de maat van gewone mensen' weer zichtbaar.
Johan Frieswijk laat dat laatste zien in een prachtige beschrijving van de functie van het herstelde 'Houten hemeltsje', het veenarbeiderskerkje als tegenwicht tegen de 'adelskerk' van Nijbeets in de Zuid-Oosthoek van Friesland, een streek waarin de socialistische arbeidersbeweging veel ten goede heeft kunnen veranderen.
De bijdrage van de historicus Kees Ribbens, van de Erasmus-universiteit: 'Historische cultuur in veranderend perspectief ' gaat allereerst in op de rol van geschiedenis bij de vorming van collectieve identiteit. Verbindt zij mensen met elkaar? Ja en nee, zo stelt hij. Want wat meerderheden vanuit het verleden kan verenigen, kan anderen (vroeger rooms-katholieken, nu nieuwe immigranten-Nederlanders) uitsluiten. Bovendien boeten lessen uit het verleden door de sterk veranderde omstandigheden aanzienlijk in aan zeggingskracht. Dat heeft consequenties voor de invulling van 'historisch besef'.
Lang leve de ingebouwde educatie
In het vervolg van dit opstel en in de twaalf overige bijdragen komen dan de verschillende vormen, kaders en methoden van de lokale historiebeoefening aan de orde. Zij variëren van de historische kring, het geschiedenisboek, het historisch toerisme, de genealogie, de boedelbeschrijving als interessante historische bron tot de rol van televisie en streekmusea. Zo beschrijft Michielse het gebruik van de - eerder uit volkshogeschool-fondsen gesteunde - handleiding voor lokale geschiedenis 'Ongehoorde verhalen' met een groep Nivon-leden in het Gooi. Marijke Hilhorst, auteur van de familiekroniek 'De vader, de moeder en de tijd' geeft wenken voor het schrijven van de eigen familiegeschiedenis in een sociaal-historisch kader.
Actueel relevant is in het bijzonder de bijdrage van Christina Mercken over 'Buurtreminiscentie-projecten', handelend over het methodisch gebruik van persoonlijke verhalen voor de sociale integratie van generaties en culturen in een Amsterdamse multiculturele wijk: 'Buurt vol verhalen '. Tijdens het symposium werd over deze methodische aanpak ook inspirerend verteld door Benoit Hameleers van Odyssee op basis van eigen ervaring in Zuid-Limburg met een geheel eigen sociale geschiedenis rond fenomenen als mergelwinning, landbouw, mijnsluitingen en gastarbeiders.
De studiedag bood ruim gelegenheid tot uitwisseling van ervaringen en gesprek met de verschillende praktijkdeskundigen, onder anderen in een workshop met de consulenten van de Stichting Omgevingseducatie Gooi en omgeving. Netwerken van onderwijs, sociaal-cultureel verenigingswerk, archieven, gemeentelijke diensten, musea en historische kringen blijken prima stimulansen en ondersteuning te bieden voor ieder die met anderen bewuster wil omgaan met de historie en de actuele veranderingen van de eigen omgeving. Het blijkt daarbij niet in de eerste plaats te gaan om een zoektocht naar de laatst overgebleven dorsvlegel, maar bijvoorbeeld om een discussie over de bestemming van de laatste, inmiddels door een vastgoed-magnaat opgekochte kasteelboerderij in het licht van het gemeentelijke ruimtelijke en cultuurbeleid.
Kortom: lang leve de 'ingebouwde educatie'! Al met al een nu al geslaagd project waarvan de bundel ruime verspreiding en toepassing, ook buiten de Gooise regio, verdient.
Rob Hajer
(Pagina laatst gewijzigd op 19 April 2008)