Gevraagd en gebleven

In 1960 kwamen de eerste gastarbeiders naar onze regio. Nu, vijftig jaar later, is het de hoogste tijd om het verhaal van deze mensen vast te leggen. Ook omdat we het nog uit hun eigen mond kunnen horen. Een overzicht van hun geschiedenis vindt u op de pagina Gastarbeiders tussen Vecht en Eem op deze site.

De Stichting Tussen Vecht en Eem heeft in september 2011 een boek en een tentoonstelling onder de naam Gevraagd en gebleven gepresenteerd. Deze website is het vervolg hierop. In het boek en de tentoonstelling konden we niet alles kwijt wat we te zien en te horen hebben gekregen. Bovendien komen er nog steeds nieuwe verhalen en foto’s van en over gastarbeiders bij ons binnen. Bijvoorbeeld van groepen en plaatsen die in boek en tentoonstelling te weinig aan bod zijn gekomen. Bezoekers van deze website zullen soms eigen verhalen en foto’s hebben die we nog niet kennen. Ook die ontvangen we graag. Hiervoor kan de knop ‘Mijn verhaal’ gebruikt worden.
Per plaats en per land van herkomst kun je ook bekijken welke verhalen en welke foto’s er zijn. Hiervoor kun je de knoppen rechts gebruiken.
Deze site is nog in aanbouw. Niet alles werkt nog. Maar er komt steeds wat bij, net zolang tot het ‘hele’ verhaal van de gastarbeiders tussen Vecht en Eem hier verteld wordt.

Makroudi had een vooruitziende blik.

Makroudi

Ada Verhulp – de Jager en andere medewerkers van de Schakel (Naarden)

De bouw van de wijk Keverdijk is vroeg in de twintigste eeuw begonnen. Na 1945 raakte de vesting (het centrum van Naarden) in verval. Vanaf 1965 is het herstel begonnen. Voor een groot deel van de bewoners werd wonen in de vesting toen onbetaalbaar. Deze mensen gingen toen naar de Keverdijk, waar nieuwere, betaalbare huizen stonden. Vanaf 1970 kwamen daar ook Marokkaanse gezinnen wonen.                                                       In die tijd waren er weinig voorzieningen in de wijk, dat werd soms door de gemeente ook nog eens tegengewerkt (de huisarts moest zich bijvoorbeeld niet in de Keverdijk, maar in de vesting vestigen). Verder lezen

Ik was de eerste en de laatste

Reşat Gönüllü met zijn vrouw (rond 1970)

Reşat Gönüllü (Hilversum)

Ik ben geboren in 1937 in Kosovo. Er woonde daar een Turkse minderheid tussen Serviërs en Kosovaren. Ik ging naar een Albanese lagere school. Er waren geen Turkse scholen, het Turks werd niet als eigen taal erkend. Ik ken nu overigens geen woord Albanees meer. Na de lagere school werkte ik overdag in een winkel. In de avonduren ging ik naar een LTS. In 1957 is mijn familie gevlucht naar Turkije na botsingen tussen Kosovaren en Serviërs.

In 1964 werd er in Turkije geworven voor Weesp Plastics. Verder lezen

Het geloof is voor mij heel belangrijk

Ahmed Mounir (Huizen)

Ik ben geboren op 1 juli 1946 in Kasbat Ait Herbil in de provincie Tata. Deze provincie ligt helemaal in het zuiden van Marokko. Als je vanuit Nederland in Tanger aankomt, moet je nog 1200 kilometer rijden voordat je er bent.
Kasbat Ait Herbil is een mooi, vriendelijk dorp. Er wonen ongeveer 300 families en bijna iedereen is aan elkaar verwant. Men helpt elkaar waar dat nodig is, bijvoorbeeld op het land. Vreemdelingen worden er gastvrij onthaald. Mijn dorp leeft van de landbouw, vooral de dadelteelt. Voor eigen gebruik hebben de families dan nog een stukje grond. Daarop verbouwen ze aardappels en groenten. Verder lezen

Tienduizend meter papier

Marco Tortorelli (Huizen)

Ik kom uit Grassano, een plaats van ongeveer 6000 inwoners in Basilicata (Zuid-Italië). Ik ben daar geboren op 1 september 1932. Mijn vader werkte er in de landbouw, zoals bijna iedereen daar. Wat we nodig hadden kwam bijna allemaal van dat land: olijven, wijn, groenten, maar vooral graan. Van onze oogst verkochten we het grootste gedeelte.
Iedereen van ons gezin moest meewerken op het land. Mijn twee broers en drie zussen zijn drie jaar naar de basisschool geweest. Ik was de enige die een jaar op de mulo heeft gezeten. Mijn ouders waren analfabeet, dus ze konden me niet helpen bij mijn huiswerk. Verder lezen

De moeilijkste taal van de wereld

Spaanse arbeiders aan het werk op scheepswerf Schouten

Remedios Gomez (Muiden)

Mijn naam is Remedios Iglesias Garcia. Ik ben geboren op 22 augustus 1929 in Salamanca. Op 30 juni 1955 ben ik in Gijon gaan wonen. Op 1 juli heb ik daar in een dancing mijn man, Conrado Gomez Garcia, leren kennen. Hij was er met een vriend en die vriend wilde niet blijven, maar de stad ingaan. Ze hebben toen een muntje opgegooid om te beslissen wat ze zouden doen: daar blijven of de stad ingaan. De uitslag was, dat ze zouden blijven. Was de munt anders gevallen, dan hadden we elkaar daar niet ontmoet. In 1958 zijn we getrouwd. Verder lezen

Dienders hadden toen voldoende gezag

Piet Koster (Huizen)

Piet in politie-uniform, omstreeks 1985

Per 1 januari 1973 begon ik mijn werk bij de vreemdelingenpolitie in Huizen. Dat was in die tijd een eenmanspost. Mijn werkzaamheden bestonden voor een groot deel uit bureauwerk. Zo was ik het meldpunt voor nieuwe vreemdelingen. Ik nam aanvragen voor verblijfsvergunningen in behandeling en verlengde jaarlijks de geldigheidsduur ervan.
Al met al dus aardig wat papierwerk. Computers waren er destijds nog niet voor dit werk.
Ik had de beschikking over een kaartenbak met daarin voor elke vreemdeling een kaart met zijn of haar persoonsgegevens en gegevens over de verblijfsvergunning. En voor iedere vreemdeling stond er ook een dossiermap vol gegevens in de kast. Verder lezen

Ze arriveerden vaak in zomerkleding en op slippers

Pauze tijdens de naailes

Adri Westland (Weesp)

Ik ben vanaf 1978 betrokken geweest bij de naailessen voor buitenlandse vrouwen in Weesp. In alle kerken van Weesp was een oproep gedaan om je daarvoor op te geven. Dat project draaide toen al zeker al een jaar. De naailessen werden gegeven in een zaaltje van de hervormde pastorie aan de Nieuwstraat, de ingang was aan de Oudegracht.

Wij werkten in het begin alleen met Marokkaanse vrouwen. In die tijd kwamen hier steeds meer van deze vrouwen. Hun mannen werkten al jaren in Weesp en lieten nu hun gezin overkomen. Soms bleven er een paar kinderen enkele jaren in Marokko bij de grootouders wonen. Die kregen op die manier dan toch een Marokkaanse opvoeding. Maar misschien bleven ze daar ook wel om financiële redenen. Verder lezen

Wandelen met een woordenboek

Mary di Giacomo-Koster (Weesp)

Mimmo di Giacomo aan het werk bij het huis van de procuratiehouder van Magneet

Domenico (Mimmo) Di Giacomo is geboren op 8 augustus 1937 in Cologna (Pellezzano), een gehucht onder de rook van Salerno, als 4e kind van een totaal 5 kinderen tellend gezin. Zijn vader was fruithandelaar. Hij woonde in een huis met een grote tuin waarin vele soorten fruitbomen stonden en het hele gezin hielp mee het vele fruit te oogsten. Met paard en wagen werd dat vervoerd naar de fruithallen, later ging dat met zo’n driewiel autootje met laadruimte.

Zijn vader overleed een jaar voordat hij naar Nederland ging, zijn moeder overleed in 1966.

Na de lagere school volgde hij een aantal jaren de technische school maar hij was een echte ‘buiten’ jongen. Zomers verdiende hij zijn geld op het strand als fotograaf en ’s winters in een garage als autopoetser en chauffeur en hij deed veel aan judo en krachtsport. Verder lezen

Asensio’s zijn thuis in twee werelden

Spaans gastarbeidersgezin had als devies: leren, werken en niet zeuren

[Gooi en Eemlander 14 oktober 2011]

DOOR HANS HOOGENBOOM

Jerónimo en Juani Asensio

HILVERSUM – “Op de fabriek noemden ze me Gerrie, dat vond ik toen verschrikkelijk, maar ja. Maakt niet uit.” Hij snapt wel dat steeds Jerónimo (spreek uit ‘Geronimo’) te moeten zeggen wat veel gevraagd was. Hoe dan ook, Jerónimo Asensio en zijn vrouw Juani gaan binnenkort definitief terug. Ze gaan Holland missen.

Het is herfstig aan de Oude Amersfoortseweg. Het huis ligt op nauwelijks twintig meter afstand van de brede inrit van de VSH, de Verenigde Schroevenfabrieken Hilversum. Op het fabrieksterrein hebben Jerónimo en Juana allebei een groot deel van hun leven liggen. Hij verdiende er ruim dertig jaar z’n brood, zij was er jaren actief in de bedrijfskantine. Dochter Beatriz speelde er. “We waren een echt VSH-gezin.” Verder lezen