Organisatie voor regionale geschiedenis in het Gooi en aangrenzende gebieden
Random header image... Refresh for more!

‘Zonnestraal’ is wél werelderfgoed

In een artikel in NRC Handelsblad van 20 november 2019 werd de volgende brief geplaatst:

‘Het besluit van minister Van Engelshoven om het voormalige sanatorium en nazorgkolonie Zonnestraal af te voeren van de voorlopige lijst van nominaties voor Unesco werelderfgoed heeft ons geschokt en vervuld van ongeloof en onbegrip. Daar stond Zonnestraal als sinds 1995 op. De moderne architectuur van Duiker en Bijvoet en de aanleg van het complex vormen een pure materialisering van de ten grondslag liggende idealen, de esthetische principes van het Nieuwe Bouwen en het sociaal-medische programma van eisen. Samen met de Van Nellefabriek en het Rietveld-Schröder huis vormt Zonnestraal mondiaal een van de belangrijkste iconen van de internationale twintigste-eeuwse Moderne Beweging. Deze opvatting wordt internationaal in brede kringen van specialisten op het gebied van modern architectonisch erfgoed onderschreven.
Is de situatie sinds 1995 dan zoveel verslechterd? Integendeel. Zonnestraal is in samenspel tussen eigenaar(s), gemeente en rijk stapsgewijs integer en zorgvuldig gerestaureerd, steeds met de ‘Unesco-waardigheid’ voor ogen. In 2010 werd hiervoor de World Monuments Fund Award toegekend.
In 2013 werd door Zonnestraal en het rijk een overeenkomst getekend waarin zij hun gezamenlijke verbondenheid tot nominatie als werelderfgoed uitspraken. Kortgeleden, toen het complex in nieuwe handen was overgegaan, werd tussen eigenaar en gemeente een convenant gesloten waarin tegen de achtergrond van de werelderfgoednominatie de zorg voor de cultuurhistorische waarden werd geborgd. Wat is er dan fout gegaan?
Het tussentijdse nominatiedossier, samengesteld door de gemeente Hilversum in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en een lange lijst nationale en internationale experts, werd op verzoek van de RCE nog aangevuld met een verder aangescherpte analyse van de ‘uitzonderlijke universele waarde’, de internationale context, een overzicht van de ontwikkeling van sanatoria en vergelijkbare instellingen en de actuele instandhoudingperspectieven.
Na lange en zorgvuldige voorbereiding werd het aldus aangevulde tussentijdse (!) dossier door de minister eerst nog eens voorgelegd aan een nieuwe commissie. Die kwam tot de opinie dat het helemaal nog niet zeker was of Unesco het voorstel wel zou overnemen. Tja, je weet het nooit zeker als je het niet vraagt, maar als er één complex is dat het voordeel van de twijfel verdient is het toch wel Zonnestraal. Een handreiking voor een meer kansrijk dossier werd in ieder geval niet gegeven.
Nu was deze commissie in verhouding tot de tientallen experts die zich in de afgelopen decennia over Zonnestraal uitgesproken hebben nogal beperkt samengesteld. Zij bestond uit een vijftal leden; drie deskundigen, waarvan één op het gebied van gebouwd erfgoed, een vertegenwoordiger van Unesco Nederland (tevens voorzitter) en een vertegenwoordiger van Icomos (dat een belangrijk adviseur is van Unesco). Daarnaast waren een ambtelijk adviseur (waarom eigenlijk?) en een secretaris aan de commissie toegevoegd. Met de aanwezigheid van Unesco en Icomos was de commissie de spreekwoordelijke slager die zijn eigen vlees keurt, maar die in dit geval, in het licht van de voorgeschiedenis, tot de onbegrijpelijke conclusie komt dat dat vlees niet deugt. Het riekt hoe dan ook kwalijk.
Valt op de inhoud van het advies al veel af te dingen, de conclusie gaat flagrant voorbij aan het eenduidige beleid tot nu toe, de pluriforme cultuurhistorische waarde, de internationale betekenis daarvan en de instandhoudingsperspectieven, een belangrijke factor bij de oordeelsvorming door Unesco. Het breekt radicaal met de bestuurlijke continuïteit en de gewekte verwachtingen bij gemeente en eigenaar. Nog afgezien van de tientallen gerenommeerde experts die en-passant in hun hemd worden gezet.
De minister had alleen al op grond van de antecedenten van deze nominatie, ter wille van een evenwichtige vertegenwoordiging van het erfgoed van de internationale Moderne Beweging op de Unesco-lijst en ten einde de instandhouding in de verdere toekomst niet onnodig in gevaar te brengen, kunnen besluiten het aan Unesco over te laten de nominatie al of niet te honoreren. De minister hoort bij initiatieven tot plaatsing tenminste een ondersteunende rol te vervullen en deze niet op voorhand te frustreren. Nu echter dreigt het hele dossier Zonnestraal weg te zakken in de Hollandse polder, een onvolledige werelderfgoedlijst en een kater bij velen achterlatend’.

Ondertekenaars:
Hedy d’Ancona, Fons Asselbergs, Thijs Asselbergs, Janneke Bierman, Margreeth de Boer, Jan Boerstoel, Elco Brinkman, Pieter Broertjes, Jan Brouwer, Ruud Brouwers, Kees Christiaanse, Jo Coenen, Jean-Louis Cohen, Thera Coppens, Mels Crouwel, Cees Dam, Tjeerd Dijkstra, Henk Dirkx, Bert Dirrix, Adriaan van Dis, Rob Docter, Leo van Doeselaar, Frits van Dongen, Adri Duijvenstein, Frits Duparc, Mick Eekhout, Wim Eggenkamp, Arthur Eijffinger, Tess van Eyck, Sjarel Ex , Maxim Februari, Salomon Frausto, Marinus Fuit, Geurt Gaarlandt, Wim Hazeu, Karen Heerschop, Hans van Heeswijk , Hubert-Jan Henket, Lily Hermans, Herman Hertzberger, Hans Hillen, Thom Hoffman, Francine Houben, Bernard Hulsman, Ton Idsinga, Cilly Jansen, Wessel de Jonge, Kees Kaan, Joanne Kellermann, Indira van ’t Klooster, Irmgard van Koningsbruggen, Jan van der Kooi, Pauline Kruseman, Aad Lambert, Cees van Lede, Thomas van Leeuwen, Karel Loeff, Martine van Loon-Labouchere, Bert Meerstadt, Jan Molema, Wies van Moorsel , Eleonore Pameijer, Wytze Patijn, Uta Pottgiesser, Wido Quist, Wim Quist, Alexander Ribbink, Eddy Roos, Max van Rooy, Hans Ruijssenaars, Gijs Scholten van Aschat, Jan Sevink , Ana Tostöes, Maarten van Veen, Monique van de Ven, Aat Verhoog, Eric Vreedenburgh, Noud de Vreeze, Edwin de Vries, Mariet Willinge